op de drempel van de galgenplaat
laat het nunnetje haar kous
te vondeling op het grondeb neer
haar hammen verschijnen
de bollen van de ooster
staan onder een steile hoek
achter de aardappelbult
zie je haar witte tonne
als een vloedschaar vlije
kijk je in het marollengat
de roompot en de zilverput
uit lome engelse tijen
maar in de stroomnaad
scheldt en schaart de vuilbaard
bij dood tij het verbrande paard
Dieuwke Parlevliet
September 2007