open brief aan Amira
Zierikzee, 10 maart 2010
Lieve Amira,
Welke woorden kan jij nog verdragen? Alles zal pijn doen. Amira, ik ken je niet. Ik hoorde je naam. Ik hoorde wat je is overkomen. Ik maak deel uit van die wereldregio waar jij van hebt gehoopt dat het veilig voor jou en je kinderen zou zijn. Dat Nederland, dat Zeeland, dat Zierikzee wat machteloos en krachtloos heeft gestaan bij alle geweld wat in jullie leven gebeurde. Je hebt het geweten en je bent er bang voor geweest. Dat is wrang en het spijt me verschrikkelijk voor je dat het je ex-man gelukt is twee van je kinderen, Zainab en Ali, te vermoorden. Als ik het goed begrijp heb je alles geprobeerd om het tegen te houden. Alles – alles. Ik zou ook naar de burgermeester zijn gegaan om te smeken: “Help me”, ook tegen beter weten in. Er zijn weinig mensen op deze wereld die macht en moed op het juiste moment combineren. Ik zou je, aan de andere kant, waarschijnlijk eveneens in de kou hebben laten staan. Vrees ik. Een opvanghuis. Niet? Tja… En onze eigen projecten nemen weer bezit van ons.
Amira, als ik me probeer voor te stellen waar jij vandaan komt dan is dat een prachtige stad aan de voet van de bergen met een sprankelende rivier. Een paradijselijke stad die zoveel ouder is dan wij ons hier met onze Middeleeuwse monumenten kunnen voorstellen. Een stad op de weg van de zijderoute. Dus vol verhalen van het verre oosten en het westen bij de zee. Maar ook als een stad die door bloed rood is gekleurd. De stad waar Saddam alle Koerden uit wilde roeien en er Arabieren voor in de plaats wilde zetten. De stad waar de olie zwarte rijkdom belooft en oorlog voortbrengt waardoor je moet vluchten en noodgedwongen hier je kinderen moet zien groot te brengen. Dat afgesneden zijn doet natuurlijk al zo’n pijn. De buurt van vroeger waar je woonde, de taal van die lieve mensen om je heen die liedjes voor je zongen en voor je zorgden. Hun godsdienst die ook de jouwe werd en waarop je hier wordt aangekeken alsof het iets minderwaardigs is. Die prachtige moskeeën en die vreedzame mensen. Zo, stel ik me voor, had het kunnen zijn. De wereld is klein en groot en lelijk en soms prachtig maar dat kinderen doodgaan dat is het ergste en dat vaders hun kinderen ombrengen is nog erger. Zulke vaders moeten wel in een hel geleefd hebben Jij bent hun moeder en je hebt het overleefd. Dat geeft een onschuldige schuld die niet makkelijk te dragen is; overlevende te zijn. Je bent ook de moeder van Haydar die het met jou overleefde. Dat hij niet ook nog zijn moeder kan missen zal misschien wel de enige zin voor je zijn om door te ademen. Ik wens dat je mensen hebt die lief voor je zijn. Die bloemen naar je brengen, eten voor je maken, iets tegen je zeggen ook al weten ze niet goed wat. Mensen die je zachtjes aanraken. Wereldvrouwen en –mannen. En ik hoop van harte dat je je niet te veel zorgen hoeft te maken vanwege Haydar, omdat hij het redt. Amira, ik hoorde je naam, je mooie prachtige naam. In die naam zullen vanaf nu veel mensen uit Zierikzee de namen van Zainab en Ali mee horen klinken. Ik denk dat ik namens veel van hen spreek als ik zeg dat dit niet had mogen gebeuren, dat wij geschokt zijn en niet goed weten hoe we je kunnen helpen.
Het spijt me,
van harte gegroet,
Dieuwke Parlevliet