Onze ijdelheid doet ons veel begrijpen waar ons verstand niet bij kan.

(Cees Buddingh)

 

Vorige week stond ik op het station Kruiningen-Yerseke te blauwbekken van de kou. Er is daar een hok dat beschermt tegen de ergste wind en regen maar warm was het er beslist niet. Na een minuut of vijf had ik koude voeten. Ik had stevige laarzen maar geen sokken aan. Mijn laarzen met de beste zolen om de gladheid te betreden zijn namelijk te klein voor dikke sokken. Alleen pantysokjes kunnen in deze laarzen. Daar is niets zieligs aan. Bij mijn volle verstand heb ik de laarzen gekocht. Ze waren wel afgeprijsd maar niet goedkoop. Verschillend van kleur, de linker is licht grijs, de rechter licht blauw, maar dat vond ik juist een van de ultieme attracties van de laarzen. Aan dat volle verstand heb ik daarna wel getwijfeld. Boete heb ik gedaan door de laarzen nat te maken en er een hele dag met sokken aan op te lopen. Ik heb een schoenmaker gezocht die hulp zou kunnen bieden. Ben in Goes terecht gekomen voor een speciale laarzen-oprek-schoenmaker en dat heeft iets geholpen. Met pantykousjes zitten ze goed. Maar niet in stilstand in de kou van een afgelegen station.

De trein zou nog even op zich laten wachten. De dag lag nog in het verschiet. De radio had gewaarschuwd: dekens en voedsel meenemen. Dat had ik dus niet gedaan. Ja, een boterhammetje in de tas. Ik voorzag een dag vol risico’s. Op de bank in het hok waar ik stond, lagen twee grote gebreide handschoenen. Die handschoenen lagen er vergeten en verloren te zijn. De handschoenen riepen mij toe: neem ons. Wij passen wel om je laarzen heen. Wij houden je warm op welk station dan ook. Bij welke bushalte je vandaag nog moet wachten, als je ons meeneemt, zorgen wij voor je voeten, je tenen. Ik aarzelde sterk. Hoe zou dat eruit zien? Handschoenen hebben van die vingers en een duim en dat dan aan die laarzen. Deze hadden vrolijk gekleurde streepjes.

Als je het echt koud hebt maakt het je niet uit hoe je eruit ziet. Waar of niet waar? Het kan heel lang duren voor je dat beaamt. Ik was bijna zo ver.

Het is goed afgelopen. De handschoenen zijn klaar blijven liggen voor een ander met koude handen of met heel koude voeten.

Mijn laarzen hebben me nog even laten voelen dat zij dat toch betreurden. Toen ’s avonds alle risico’s reuze meegevallen waren, enkel mijn pantysokjes hadden grote gaten, en  ik - bijna thuis – rechtop de straat inliep, ben ik nog even uitgegleden. Dat was met die handschoenen als eendenflappen over mijn laarzen natuurlijk nooit gebeurd.

  

 

zeeuws blauw - taal en teken van dieuwke parlevliet