Jozias (15) uit Dreischor en Rein (17) uit Sirjansland

Augusta (58) uit Serooskerke

Rika (50) uit Zierikzee

 

Vier inwoners van Schouwen-Duiveland die de rampnacht niet overleefden. Dat wil zeggen; het zijn fictieve namen, ze hadden kunnen bestaan, ze hadden zo kunnen heten, ze hadden slachtoffers van de ramp kunnen zijn.  Hun namen, leeftijden en woonplaatsen zijn de titels van gedichten die Peter Swanborn schreef. Daarin vertelt hij hun verhalen. Verhalen van 12 Zeeuwen die tijdens de ramp zijn omgekomen en van 12 Zeeuwen die op een andere manier verdronken. “Een koud bad” heet de bundel. Ik vind dat een beetje een tegenvallende titel. De gedichten zijn veel dramatischer. De ondertitel is beter: 24 liederen onder water. In deze liederen, in ieder van deze dichtsels een verhaal. Een verhaal van een heel mensenleven in een gedicht. Dat kan.

 

Jozias en Rein, twee van die jongens - voor de drommel niet bang - die als helden vochten en roeiden tegen de stroming, het uiteindelijk niet redden want ‘ze konden niet meer’.

Ik zie ze voor me. Tot leven gewekt, lang na hun dood. Terwijl ze niet eens bestaan hebben. Dat kan.

 

In Serooskerke kwam die nacht Augusta om het leven. Er wordt in elf regels verhaald over de buurman, haar grote liefde. “Man op zee, zijn vrouw in bed.” is de situatie in Seroos. Hij  klimt dagelijks door haar dakraam voor de  “strelingen als smokkelwaar”. Als zij voor het water moet vluchten blijkt datzelfde raam voor haar te klein. De dikke billen van een 58-jarige zijn de oorzaak van haar dood. Hoe jammerlijk kan het gaan.

 

In Zierikzee woonde Rika. Zij staat geboekstaafd als een slachtoffer van de ramp maar zo beschouwde zij dat zelf niet. Ze “was het water voor”. Ze lag in bed en terwijl buiten iedereen in paniek was trok zij de dekens nog wat hoger. “Aan bed verscheen een boot. Geen mens te zien, alleen een stem stond aan het roer en zei: Moeder, kom, jouw kinders wachten, wees niet bang, het tij is laag. Na zoveel jaren pijn verzwijgen.... ”. Was het omdat zij haar kinderen had verloren? Was het omdat zij kinderloos was gebleven? Je hoort dat het psalmen waren. Liederen onder water. Voor Rika was de dood een verlossing. Dat kan.

 

De kracht van literatuur – ik beschouw de bijbel ook als zodanig – is dat er van alles kan wat niet voor mogelijk werd gehouden. Dat er mensen tot leven gewekt kunnen worden. Dat er namen genoemd worden die anders ten onder waren gegaan. Weggespoeld door het water. Mensen waar niemand de naam meer van had gekend. Op begraafplaatsen is dat ook aan de orde. De namen bewaren. Achter elke naam een verhaal. In elk verhaal een mensenleven.

Daarom is het ook zo pijnlijk als je een graf ziet waar alleen een functie op staat. Hier rust moeder zag ik laatst. Misschien heette ze wel Rika.

 

 

 

 

De gedichten zijn gebundeld in “een koud bad, 24 liederen onder water”. Net uitgegeven door de stichting CBK te Middelburg in de Slibreeks.

zeeuws blauw - taal en teken van dieuwke parlevliet