Onhandige barmhartigheid

 

 

Jaren geleden woonde ik een tijdje in Italie. Het was een zware tijd maar iedere dag kwam de schapenboer Antonio bij me langs om te kijken of ik iets nodig had. Hij ging vervolgens buiten zitten wachten tot het tijd was om zijn schapen, die ergens beneden op de hellingen liepen, naar de stal te brengen. We communiceerden met handen en voeten. Ik sprak geen woord Italiaans, noch Sardijns.

Antonio is in de jaren vijftig met een paar honderd schapen vertrokken uit Sardinie. De schapen gingen op de boot en de boot voer van Cagliari naar de haven van Rome. Van daar af leidde de voetreis dagenlang naar de heuvels van noord-Lazio waar de nazaten van deze schapen ongeoormerkt hun lange staarten hebben behouden. Dat is niet vanzelfsprekend maar een kwestie van Sardijnse koppigheid. Daar kan geen Europese regelgeving tegenop. Het is gevoed door de jaren dat Antonio de hele week met zijn schapen in de bergen verbleef. Onaanzienlijk werk, dat weinig illusies overliet.

Mede door zijn doortastende kleine vrouw heeft Antonio goed geboerd. Hij molk de schapen, zij maakte schapenkaas en ricotta en zorgde voor hun vier kinderen. Nu staan er enorme stallen en een minstens zo enorm huis. Roze gestuukt, met een gigantisch terras waar nooit iemand zit – men werkt hier onder de zon of zit binnen uit de zon maar niemand zit hier in de zon –  en centraal in het huis een wonderlijk kleine keuken met een open haard waar naast hout ook al het afval in verdwijnt.

Toen wij er in mei op bezoek waren, lag er een kop van een lam op het rooster. Een lekkernij volgens en voor Antonio die erg afgevallen was sinds de griep van november vorig jaar. De voorlaatste keer dat wij hem zagen was in juni. Antonio was net terug uit het ziekenhuis. Een van de zoons vertelde ons dat de diagnose kanker was, en het er niet goed uitzag. We kregen expliciet het verzoek dat niet aan Antonio te vertellen omdat hij van niets mocht weten. Nu zijn we er weer geweest. Antonio maakt het redelijk goed maar ziet er slecht uit.  Ik hoorde hem in een bijzin zijn twijfel over zijn gezondheid uiten. Het zal beter worden, zei zijn vrouw. Dat soort toneelspel maakt een bezoek vervreemdend.

De Hollandse mores zijn geëmancipeerder. Het bestaat niet dat een patiënt de waarheid over zijn eigen leven onthouden zou worden. En toch, en toch - toneelspelen kan wel eens zoeter zijn dan het stilvallen omtrent de laatste waarheid. Illusies houden het leven vaak wel aan de gang. Ik vind het een overweging waard; deze zo verschrikkelijk onhandig bedoelde barmhartigheid.

 

zeeuws blauw - taal en teken van dieuwke parlevliet