De pudding van Sophie
Ik hoor het een vriendin zeggen: ‘Mijn oma maakte zo fantastisch speklapjes met bietjes klaar.’ Bijna iedereen heeft herinneringen aan specifieke personen waar bepaalde gerechten bij horen. Mijn vader was dol op aardappelpannenkoekjes. Ook op veel andere gerechten maar die aardappelpannenkoekjes herinner ik me als iets dat voor hem heel speciaal was. Hij vermeldde er zelfs altijd de reden bij: zijn moeder maakte ze altijd klaar toen hij nog jong was. Ik kan wel een lijstje maken; mijn moeder: veldsla met citroen-dressing, oma Liesbeth: tarbot en gebakken tong, mijn grootvader: nee, daar weet ik eigenlijk geen gerecht bij te bedenken, wel de wijze waarop hij ernstig en lang het tafelgebed sprak.
Ik merk dat er een zekere afstand nodig is om je gerechten te willen herinneren. Bij geliefden die nog maar kort geleden gestorven zijn, wil ik niet op zo’n manier aan ze denken. Prangend verdriet verdraagt het ook niet. Maar er zijn van die doden waar je veel van gehouden hebt en aan wie je de herinnering levend wilt houden. In het gezin van mijn broer bestaat de vaste gewoonte om op de geboortedag van een overleden tante ieder jaar pasteitjes met kippenragout te eten. Het lijkt me een zinvolle manier om vorm te geven aan een gedachtenis. Want hoe doe je dat? Naar de begraafplaats op allerzielen? Een kaars aansteken bij een foto? De naam op de verjaardagskalender laten staan (met een kruisje er achter)?
Deze vriendin kan om haar oma te gedenken op een vaste dag bietjes met speklapjes klaarmaken - ‘bietjes om te huilen’ – denkt ze misschien.
Tijdens de afgelopen paasdagen leek het mij goed om de speciale pudding van oma Sophie klaar te maken. Met feestdagen maakte ze vaak een pudding – ananaspudding. Ik hou niet zo van ananaspudding, maar ik hield wel veel van haar. Een extra reden was dat haar zoon bij ons logeerde. Hij had het door haar geschreven recept niet kunnen vinden, maar had wel uit een oud kookboek van haar een bladzijde puddingen gekopieerd en meegenomen. Slagroom, ananas uit blik, veel suiker, eiwitten en gelatine. Het leek mij lekkerder om die ananaspudding met verse ananas te maken. Dat zou Sophie ongetwijfeld geen probleem hebben gevonden. Dus: slagroom geklopt, eiwit geklopt, ananas geveld, suiker gewogen, gelatine toegevoegd, de vorm nat gemaakt om de pudding goed te kunnen storten. Na een tijdje kijk je eerst en daarna voel je voorzichtig met een vinger aan de pudding. Wat bleek: hij was nog net zo slap als toen ik de puddingvorm vulde. Ai. Wat bleek: ik had ik de kleine lettertjes op het pakje gelatine niet gelezen. Daar stond: niet met (o.a.) verse ananas, wel met ananas uit blik. Stom. Wat doe je dan? Zomaar een liter slagroom weggooien niet. Ik bedacht om het met eidooiers dik te maken. Dat werkte niet. Ten langen leste hebben we het idee opgevat om er ijs van te maken. Het was niet zo lekker. De smaak wordt vlak als je er eerst gelatine in doet en het daarna ook nog bevriest.
We hebben wel aan Sophie gedacht. Het mislukken van ‘haar’ pudding zou je kunnen verstaan als een extra missen van haar. Maar zo was het nou ook weer niet. Deze pudding van Sophie zorgde voor vrolijke gezichten. Ik probeer het volgend jaar weer. Misschien maak ik dan wel een zalige vanillepudding en versier die met ananas. Hoe dan ook, we noemen hem: ‘de pudding van Sophie’.